Altijd moe? Er zijn drie soorten, en ze vragen iets anders

Altijd moe zijn is zelden één ding. Toch behandelen we het alsof het dat wel is.

Als iemand zegt dat hij moe is, vragen we bijna altijd hoeveel. Erg moe? Al lang? Gaat het nog een beetje?

Begrijpelijke vragen. Alleen leveren ze zelden iets op waar je verder mee kan.

Want er zijn verschillende soorten, en ze vragen iets heel anders van je.

Typ “altijd moe” of “waarom voel ik mij zo moe” in Google en je krijgt een lijstje oorzaken. Zeven redenen. Negen redenen. Veertien redenen. IJzer, vitamine D, te weinig water, te veel schermen, je matras. Soms zit het antwoord daar effectief tussen.

Maar die lijstjes gaan er allemaal van uit dat moeheid één ding is, met één rij oplossingen eronder.

Dat is het niet. Er zijn drie soorten. Ze lijken alleen op elkaar in het woord dat we ervoor gebruiken.

Soort één: de moeheid die weggaat als je slaapt

Er is de moeheid na een week die te vol zat. Of na drie nachten met een ziek kind. Die gaat weg. Je slaapt een paar keer goed, je komt bij, je lijf doet wat het hoort te doen.

Dit is de moeheid waarvoor al die lijstjes gemaakt zijn. En daar werken ze ook. Vroeger naar bed, minder op het scherm, iets meer bewegen, bloed laten prikken als het lang duurt.

Het kenmerk is niet dat je bijkomt. Het is dat het bijkomen standhoudt. Een weekend doet iets. Een week weg doet meer. En wat het deed, zit er nog een beetje in als je opnieuw begint.

Hou dat laatste vast. Dat is waar het onderscheid zit.

Soort twee: moe terwijl je goed slaapt

Er is de moeheid die niet meer weggaat met slaap. Waarbij je wakker wordt en al moe bent. Waarbij een weekend niks meer oplost en een vakantie een dag of drie meegaat, en je daarna weer staat waar je stond.

Dat is iets anders. Dat is meestal een systeem dat te lang te veel gedragen heeft.

Dit is de soort waar mensen het langst op blijven hangen, en ik denk dat dat met de zoekvraag te maken heeft. “Waarom ben ik moe terwijl ik goed slaap” klinkt als een vraag over slaap. Dus je komt uit bij slaapadvies. Een andere matras, koffie vroeger op de dag, telefoon uit de kamer. Redelijke dingen allemaal. Ze gaan gewoon over de verkeerde laag.

Want hier is de moeheid het probleem niet. Ze is het bericht. Een lichaam dat al maanden of jaren in een stand staat die niet bedoeld was om zo lang aan te houden, gaat op een moment traag draaien. Niet als defect. Als rem.

En een rem haal je er niet af door beter te slapen.

Wat deze soort vraagt is niet meer rust. Het is dat er iets verandert aan hoe je leeft. Anders kom je na elke rustperiode weer op ongeveer hetzelfde punt uit, en dat is uitputtend op zich.

Daar hoort één zin bij die ik er zelden bij hoor. Een systeem dat te lang te veel gedragen heeft, is geen zwak systeem. Het heeft gedaan wat het moest doen, langer dan redelijk was. Dat is geen fout en geen karaktertrek. Dat is een rekening.

Hoe dat werkt in het lijf heb ik uitgeschreven in waarom burn-out begint in je lijf en niet in je hoofd. En waarom rust alleen hier niet volstaat, staat in aarden helpt niet altijd.

Soort drie: de moeheid waarin ook je goesting weg is

En er is de moeheid waarbij niet alleen je energie weg is, maar ook je goesting. Waarbij niks nog echt trekt. Waarbij het eigenlijk niet uitmaakt of je op de zetel ligt of ergens aan zee.

Dat laatste is het verschil. Bij de eerste twee soorten wil je nog dingen en kan je ze niet. Hier is het willen zelf stiller geworden.

Mensen zoeken dit meestal niet onder “moe”. Ze typen iets anders in, over leeg zijn, of over niks meer voelen. Of ze typen niks in, want ook dat vraagt een vorm van verwachten dat er iets uit zou komen.

Deze soort vraagt dat er iemand meekijkt, en meestal sneller dan mensen zelf denken.

Drie keer hetzelfde woord

Drie keer hetzelfde woord. Drie keer iets anders aan de hand.

Dat onderscheid is niet academisch. Het bepaalt wat er helpt.

De eerste soort vraagt vooral rust.

De tweede vraagt dat er iets verandert aan hoe je leeft.

De derde vraagt dat er iemand meekijkt.

Ik schrijf dit omdat mensen soms jarenlang rust nemen voor iets dat geen rustprobleem is. Dat is niet omdat ze het niet snappen. Het is omdat we voor alle drie hetzelfde woord gebruiken.

En het is, denk ik, ook waarom al die tips bij de ene persoon werken en bij de andere niet. Ze zijn niet verkeerd. Ze zijn geschreven voor soort één en worden gelezen door iemand met soort twee of drie.

Hoe je ziet welke van de drie bij jou speelt

Geen test, geen score. Drie dingen om naar te kijken, en ze kosten je niks behalve wat aandacht.

Het eerste is de ochtend. Word je moe wakker, of word je moe van de dag? Dat is niet hetzelfde. Moe worden van een dag die te vol zat, hoort bij soort één. Wakker worden en al leeg zijn, nog voor er iets gebeurd is, hoort meestal bij soort twee.

Het tweede is de vakantie. Niet of ze helpt, maar hoe lang. Als je na een week weg drie dagen mee bent en dan weer op hetzelfde punt staat, heb je je antwoord. Dat is geen falende vakantie. Dat is informatie.

Het derde is de goesting. Denk aan iets waar je een jaar geleden plezier in had. Niet of je er nu de energie voor hebt, dat weet je al. Of de aantrekking er nog is. Als het idee alleen al vlak aanvoelt, zit je bij soort drie, en dan is dit het soort moeheid waar je niet lang alleen mee hoeft te blijven zitten.

En als je er ’s nachts wakker van ligt in plaats van er door te slapen, dan is dat weer een ander verhaal. Daar schreef ik over in piekeren ’s nachts, en waarom het uur iets zegt.

En als het bloedonderzoek niks vond

Bloed laten prikken hoort bij het begin van dit verhaal, niet bij het eind. Schildklier, ijzer, bloedarmoede, vitamine D, bloedsuiker, en wat je huisarts verder nodig vindt. Soms vinden ze iets. Dan is dat het antwoord en ben je goed bezig geweest.

Vaker vinden ze niks.

En dan sta je daar met een briefje waarop staat dat alles in orde is, terwijl je om vier uur in de namiddag tegen een muur loopt. Dat “moe maar bloed is goed” een zoekterm is die mensen effectief intypen, zegt genoeg over hoeveel mensen daar staan.

Niks gevonden betekent niet dat er niks is. Het betekent dat het niet in je bloed zit.

Dat is een heel andere mededeling dan dat je het je inbeeldt. Je lijf houdt meer bij dan een labo meet. Daarover gaat wat je lichaam al weet.

Dus niet hoe moe je bent

Je hebt geen diagnose nodig om hier iets mee te doen. Je hebt alleen een ander soort vraag nodig dan die we gewoonlijk stellen.

Niet: hoe erg is het, en op welke schaal.

Wel: wat gebeurt er als ik rust, en hoe lang houdt dat stand, en is mijn goesting nog mee.

Dus misschien is de vraag niet zozeer hoe moe je bent.

Maar hoe je moe bent.

Samen kijken

Als therapeut geloof ik rotsvast in wat een mens aankan, en in hoe veerkrachtig en leergierig een zenuwstelsel blijft. Zin om samen te kijken wat er voor jou mogelijk is? Hier boek je een gratis kennismakingsgesprek: https://therapeutjeroen.be/kies-een-moment/?utm_source=blog. En ken je iemand voor wie dit klopt, stuur die link gerust door.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.