Aarden helpt niet altijd

Voelen wat er is, is niet hetzelfde als het kunnen dragen.

Een advies dat je waarschijnlijk al duizend keer gehoord hebt.

Kom in je lichaam. Voel je voeten. Adem in je buik. Aard je.

Je hebt het gelezen in boeken. Een kine heeft het gezegd. Een yogaleraar heeft het uitgelegd. Misschien een therapeut. En soms werkt het. Je voelt jezelf zakken, je zenuwstelsel zwijgt, je staat weer wat steviger.

Soms werkt het ook niet. Soms wordt het erger.


Ik denk dat ik weet waarom.

Aarden en dragen zijn niet hetzelfde. En bijna alle populaire adviezen over zelfzorg verwarren ze.


Aarden is contact. Met de grond, met je lichaam, met deze kamer en dit moment. Het resultaat is: ik ben hier. Ik zit in mijn lichaam. Ik ben aanwezig.

Dragen is iets anders. Dragen is de capaciteit om wat er in jou zit, vast te kunnen houden. Verdriet, woede, verlangen, angst. Het mag stromen. Maar het hoeft niet meteen tot daad te worden. Het resultaat is: ik heb dit gevoel. Ik ben dit gevoel niet. Ik kan het dragen.

Aarden en dragen werken samen. Maar het zijn twee verschillende vaardigheden, en ze falen anders.

Een gebrek aan aarden ziet eruit als wegzweven, dissociatie, niet weten waar je bent. Een gebrek aan dragen ziet eruit als overspoeld worden, het bericht versturen om drie uur ’s nachts, het glas inschenken, de telefoon oppakken voor er tijd is om te denken.


Hier is wat populaire wellness-cultuur niet vertelt:

Aarden in een lichaam dat niet kan dragen, maakt het gevoel sterker. Niet zwakker.

Iemand in volle paniek kan perfect geaard zijn. Voeten in de grond, ademhaling laag, contact met de stoel. En toch raast de paniek door. Want het lichaam heeft geen muren om de stroom binnen te houden. Het voelt alles, ten volle, zonder structuur.

Voor wie het probleem dissociatie is, helpt aarden. Voor wie het probleem overspoeling is, niet altijd.


Een concreet voorbeeld.

Iemand heeft drie weken geleden iemand uit zijn leven gesloten. Vanavond komt de drang op om die persoon te berichten. Het lichaam herkent het verlangen, oud, gehecht, hongerig.

Wat hem geleerd is: aard je. Kom in je lichaam. Voel je voeten.

Hij doet het. Hij voelt zijn voeten. En de drang wordt voelbaarder.

Wat hier zou helpen is niet meer aarden. Het is dragen. Ik heb deze drang. Ik ben deze drang niet. Ik kan hem een paar uur dragen en laten passeren.

De drang komt op. Bereikt een piek. Zakt. Wordt geen bericht. Morgen is hij kleiner.

Dat is dragen.


Aarden landt je. Dragen houdt vast wat je vindt als je geland bent.

Je hebt allebei nodig. En ze ontwikkelen zich samen. Een klein beetje van het ene maakt een klein beetje van het andere mogelijk. Aarden geeft je een lichaam om in te dragen. Dragen geeft je de structuur om in dat lichaam te kunnen zijn met wat er is, in plaats van het lichaam te moeten verlaten om weg te zijn van wat er is.

Maar het zijn twee dingen, niet één.


Als aarden niet werkt voor jou, is dat niet omdat jij het verkeerd doet. Het is omdat aarden niet altijd is wat je nodig hebt.

Soms is wat je nodig hebt iets dat populaire wellness-cultuur amper benoemt. De muren bouwen. De vaardigheid om iets in jou te laten zijn zonder dat het naar buiten breekt.

Dat is werk. Dat is geen ademhalingsoefening. Dat is een capaciteit die gebouwd wordt door honderden kleine momenten waarin iets oprijst en niet daad wordt.


Tot volgende week,

Jeroen

Wil je dit soort denkwerk elke week in je mailbox (een week voor het online komt)?

Ik schrijf elke dinsdag een korte nieuwsbrief vanuit mijn praktijk. Over zenuwstelsel, gehechtheid, en hoe mensen werken. Geen tips of trucs. Wel: helder denkwerk.
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.