Zorg zonder respect is geen liefde

Het contract dat niemand ondertekende

“Ik ben nogal veel, hoor.”

“Ik ben nu eenmaal een pittige.”

“Ik zeg gewoon altijd wat ik denk.”

“Ik ben supergevoelig, daar moet je mee kunnen om.”

Mensen zeggen zoiets vroeg in een relatie. Soms voorzichtig, als een bekentenis. Soms bijna met trots, als een waarschuwingsbord dat je zou moeten waarderen.

Het klinkt als zelfkennis. Kijk eens wat het doet.

Er is een verschil tussen spreken over wat je nodig hebt en spreken over wie je bent.

Wat je nodig hebt, is concreet. Ik heb graag dat je laat weten wanneer je later thuis bent. Ik word onrustig als er dagen niks van je komt. Daar ligt iets op tafel. De ander kan het inwilligen, half inwilligen, of nee zeggen. Zelfs als je het plat verkondigt in plaats van het te vragen, blijft het zichtbaar. Er valt over te praten.

Wie je bent, geeft niets om beet te pakken.

“Ik ben nu eenmaal veel” benoemt geen gedrag. Het benoemt een zelf, en dat zelf moet geëerbiedigd worden. Je kan er geen ja of nee op zeggen, want er is niks om ja of nee tegen te zeggen. Er is alleen een gegeven, en jij mag je eraan aanpassen.

En daar zit de manoeuvre, meestal zonder dat iemand ze zo bedoelt.

Vanaf het moment dat “zo ben ik nu eenmaal” op tafel ligt, is elke wrijving die later komt geen gesprek meer over iets wat gebeurde. Het wordt een oordeel over wie iemand is. Als ik straks scherp uithaal en jij voelt je gekwetst, dan had ik je gewaarschuwd. Ik zei toch dat ik zo ben. Jij wist waar je aan begon.

Dat is de immuniteit. Niet omdat er iets is meegedeeld, maar omdat het te vaag is om ooit op terug te komen.

En een immuniteit heeft een prijs. Alleen betaalt de ander hem.

Als de een nooit ongelijk kan hebben, want zo is die nu eenmaal, moet alle wrijving ergens anders heen. Elke keer dat er iets schuurt, is er maar één plek waar het terechtkan. Bij de ander. Die kan het niet benoemen, want van buitenaf lijkt er niets mis, en wie het toch probeert staat meteen als de moeilijke, de overgevoelige, de ondankbare. Dus het wordt niet gezegd. Het stapelt op, in de enige die nog ongelijk mag hebben.

Zo raakt iemand uitgeput in een relatie waar van buitenaf niets aan mankeert.

De vage “zo ben ik” is één weg naar die immuniteit. Er is een tweede, en die ziet er net tegenovergesteld uit.

We noemen mensen emotioneel onbeschikbaar en denken meteen aan de afwezige. Die te weinig geeft, te laat belt, nooit echt aankomt. Die soort is makkelijk te zien. Er is een tweede soort die veel moeilijker te herkennen is, want die geeft niet te weinig. Die geeft te veel.

De partner die je koffie al klaar heeft voor je wakker bent. Die aan alles denkt, de reis boekt, het cadeau kiest. Van buitenaf benijdenswaardig. En dan, op een dag, zeg je voorzichtig dat er iets scheef zit. Iets kleins.

Na alles wat ik voor jou doe.

Het gesprek is voorbij voor het begon. Ook hier kan er nergens op teruggekomen worden, alleen loopt de immuniteit nu niet via vaagheid maar via een schuld die je nooit bent aangegaan. Je kan geen rekening weigeren die je nooit hebt zien komen. En weer belandt alle wrijving op dezelfde plek. Bij jou.

Soms is het nog stiller. Je merkt gewoon dat je iets niet benoemd krijgt. Telkens als je het probeert te zeggen, verdampt het. Niet omdat de ander boos wordt. Omdat die zo redelijk is, zo zorgzaam, zo zichtbaar goedbedoelend, dat jouw klacht klein en gemeen begint te klinken in je eigen mond, nog voor je hem uitgesproken hebt. Dus je zegt niets. En je vraagt je af waarom je je eenzaam voelt naast iemand die alles goed doet.

Herken je hier iets in, let dan niet op de ander. Let op waar de wrijving naartoe gaat.

In een relatie die klopt, mogen allebei ongelijk hebben. Het schuren gaat heen en weer. Er wordt gezegd, er wordt teruggezegd, er wordt bijgesteld. In het contract dat niemand ondertekende gaat het maar één kant op. Er is iemand die nooit ter verantwoording geroepen kan worden, en iemand die alles draagt wat er tussen twee mensen misloopt.

Noem het karakter, noem het zorg, noem het gewoon er zijn voor elkaar. Zonder de ruimte om terug te duwen, zonder dat de ander ook eens gelijk mag hebben, is het geen liefde. Het is een manier om de deur op slot te doen en jou de sleutel te laten dragen.

Zorg zonder respect is geen zorg. En de moeheid die je erbij voelt, is geen karakterfout. Het is de prijs van een contract dat je nooit gelezen hebt.


Deze tekst kwam eerst bij mijn abonnees terecht. Wil je die stukken een week vroeger lezen, schrijf je hieronder in.

Een reactie achterlaten

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.