Je veroordeelt jezelf, nog voor iemand je aanklaagt

Een scène uit mijn week.

Ik sta in de supermarkt. Ik heb brood nodig. Bij de bakker om de hoek ligt beter brood, maar daar staat een rij, en ik heb geen tijd. Dus ik pak een brood van het rek. Een prima brood. Een redelijke keuze.

En dan, op weg naar de kassa, begin ik.

Ik had eigenlijk naar de bakker moeten gaan. Dit is niet zo goed. Ik neem altijd de makkelijke weg. Volgende keer plan ik beter.

Niemand heeft iets gezegd. Niemand staat naast me. Er is geen rechtszaak. En toch sta ik daar, in gang vier, mezelf te vervolgen.


Dit is een patroon. Ik noem het zelfvervolging voor het proces begint.

Je maakt een keuze. Een redelijke keuze. En vóór iemand die keuze ter discussie stelt, bouw je zelf al de aanklacht. Je verzamelt het bewijs tegen jezelf. Je spreekt het vonnis uit. Allemaal preventief. Voor het geval dat.

En hier wordt het interessant. Zodra dat vonnis er is, verandert er iets. Het brood smaakt minder. Niet omdat het brood veranderd is. Omdat jij het hebt geherkwalificeerd. Je hebt jezelf overtuigd dat dit de mindere keuze was, en nu ervaar je de mindere versie. Het brood was prima. Jouw veroordeling maakte het minder.


Dit gaat niet over brood.

Vervang het brood door je trainingsschema. Je koos een schema dat haalbaar is. Voor je een week ver bent, vervolg je het al. Dit is niet intensief genoeg. Echte vooruitgang vraagt meer. Ik neem weer de makkelijke weg. Het schema was haalbaar, en haalbaar is precies wat een schema moet zijn. Maar je hebt het geherkwalificeerd tot lui. Nu voelt elke training als bewijs van een tekort.

Vervang het brood door je werk. Door je relatie. Vervang het door je partner.

Je koos een partner. Een goede keuze, gemaakt met de informatie en het gevoel dat je toen had. En dan, lang voor er een echt probleem is, begin je de aanklacht te bouwen. Misschien is dit niet de juiste. Misschien heb ik me vergist. Misschien was er iemand beter.

Niemand heeft je aangeklaagd. Er is geen proces. Maar jij hebt het vonnis al klaar.

En zoals met het brood: zodra het vonnis er is, verandert de ervaring. De relatie voelt minder. Niet omdat ze veranderd is. Omdat jij ze hebt geherkwalificeerd.


En uiteindelijk doen we het met onszelf. Niet enkel met onze keuzes. Met de persoon die we zijn.

Je bouwt de aanklacht tegen jezelf, op voorhand. Ik ben een loser. Een mietje. Een eikel. Krapuul. Je spreekt het vonnis uit voor iemand anders de kans krijgt. En op een bepaalde manier werkt het. Want als ik al veroordeeld ben, als ik het zelf al gezegd heb, dan kan niemand mij er nog mee raken. Afwijzing doet geen pijn meer. Er valt niets af te wijzen wat ik niet zelf al heb afgeschreven.

Wat overblijft is geen pijn. Het is iets anders. Het levenslange ongemak van een eikel te zijn. Of toch te doen alsof.


Dat is wat de zelfvervolging is. Een pantser.

En het probleem met een pantser is altijd hetzelfde. Het beschadigt het ding dat het zou beschermen.


Wat helpt is niet jezelf overtuigen dat de keuze briljant was. Dat is gewoon de verdediging. En de verdediging speelt hetzelfde spel als de aanklager. Ze gaat ervan uit dat er een proces is.

Wat helpt is merken dat er geen proces is.

Je koos een brood. Er is geen rechter. Er is geen jury. Er is geen aanklacht. Er is alleen jij, in gang vier, met brood dat prima is.

Een keuze hoeft pas voor de rechter als er een echte aanklacht is. Een echt probleem. Tot dan mag de keuze gewoon een keuze zijn.

Het brood mag gewoon brood zijn.

Tot volgende week,

Jeroen

Wil je dit soort denkwerk wekelijks in je inbox?

Ik schrijf elke dinsdag een korte nieuwsbrief vanuit mijn praktijk. Over zenuwstelsel, gehechtheid, en hoe mensen werken. Geen tips of trucs. Wel: helder denkwerk.

Schrijf je in →

Werken aan je patronen

Ik werk vanuit mijn praktijk in Mortsel (Antwerpen). Integratief en lichaamsgericht. Klik hier voor een gratis online kennismaking. Geen verplichtingen nadien.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.