Goede ouders roepen ook

Een scène die elke ouder kent.

Het is laat. Het kind hoort al lang te slapen. Voor de derde keer staat ze in de gang. Dorst. Een knuffel kwijt. Een vraag die niet kan wachten. Je staat in de keuken, je hebt nog niet gegeten, en iets in je breekt. Je verheft je stem. Niet eens zo hard, eigenlijk. Maar harder dan je wilde, en je ziet aan haar gezicht dat het te hard was.

En dan komt de gedachte. De gedachte die elke ouder heeft die ooit een boek over opvoeding heeft opengeslagen. Ik zou dit niet moeten doen. Goede ouders doen dit niet. Wat doe ik haar aan.

Hier is wat ik denk dat de meeste ouders niet weten.

De breuken horen erbij. Herstellen is het werk

Er is geen versie van ouderschap waarin je nooit de controle verliest. Er is geen ouder die nooit te scherp spreekt, nooit te ongeduldig wordt, nooit een toon aanslaat waarvan ze daarna spijt heeft. Niet jij. Niet je grootmoeder. Niet de bewuste ouder met de boekenkast vol opvoedingsboeken. Iedereen slaat af en toe door. Het hoort erbij.

Wat goede ouders onderscheidt van de rest is niet dat ze nooit uit hun rol vallen. Het is wat ze daarna doen.

Herstellen ziet er niet uit zoals je denkt.

Het is geen grote excuses-monoloog. Het is niet jezelf onderuit halen waar zij bij is, tot je kind instinctief je schuldgevoel begint te sussen. Dat zou een nieuwe last op haar leggen die ze ook niet zou moeten dragen.

Herstellen ziet er klein uit. Je gaat terug naar haar. Je gaat op haar niveau zitten. Je zegt dat het niet oké was hoe je daarnet praatte. Dat het niet aan haar lag. Dat je moe was, of het moeilijk hebt. Dat het niet haar schuld is. Dat je van haar houdt.

En dan, het stuk dat de meeste mensen overslaan: je laat ruimte voor wat ze terugzegt. Misschien zegt ze niks. Misschien knuffelt ze. Misschien zegt ze dat je gemeen was. Dat laatste is haar proces, geen aanval op jou. Je luistert, zonder je te verdedigen.

En dan is het klaar.

Dat is het. Geen ceremonie. Geen langdurig gesprek. Een breuk die hersteld is, is gelijkwaardig aan of zelfs sterker dan een breuk die nooit gebeurde. Want je kind heeft nu in haar lichaam de ervaring dat dingen mis kunnen gaan en weer in orde komen. Dat is wat haar leert dat het ook oké is, wanneer het even niet oké is. Niet dat haar ouder perfect is. Maar dat als het misgaat, ze terugkomen.

Dat is wat kinderen sterk maakt. Niet wat je doet als alles oké is. Wat je doet als het niet oké is.

Wat dit moeilijk maakt is niet de techniek.

Wat dit moeilijk maakt is je eigen reactie op het feit dat je doorgeslagen bent. De schaamte. Datzelfde patroon van zelfveroordeling waar we het twee weken geleden over hadden, nu in een ouderschapsversie. Je wil het niet onder ogen zien. Je wil doen alsof het niet gebeurd is. Je wil het wegmasseren met een ijsje of een filmpje. Je wil bewijzen dat je toch een goede ouder bent, en dat bewijs vraagt dat je niet erkent wat er net gebeurd is.

Maar als je het niet erkent, kan je het niet herstellen. En als je het niet herstelt, dan blijft de breuk hangen, in plaats van het herstel.

Dus de vraag is niet of je deze week je geduld gaat verliezen. Dat gaat misschien gebeuren, en zo niet, dan misschien volgende week. Je bent een mens met een lichaam en een hoofd en eindige bandbreedte.

De vraag is: kun je terugkomen?

Kun je over je eigen schaamte heen om naar haar toe te lopen? Kun je toegeven dat het niet aan haar lag? Kun je de stilte uithouden die volgt op je excuses, zonder hem op te vullen met meer praten?

Daarvoor is goed-genoeg ouderschap gemaakt. Niet voor wie nooit breekt. Voor wie weet hoe te herstellen.

Breken hoort erbij. Terugkomen is het werk.

Tot volgende week,

Jeroen

Wil je dit soort denkwerk wekelijks (een week voor het online komt) in je inbox?

Ik schrijf elke dinsdag een korte nieuwsbrief vanuit mijn praktijk. Over zenuwstelsel, gehechtheid, en hoe mensen werken. Geen tips of trucs. Wel: helder denkwerk.

Schrijf je in →

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.