Moe maar bloedonderzoek is goed? Wat een bloedwaarde niet meet

Je gaat naar de dokter omdat je al maanden moe bent. Er wordt bloed geprikt. Schildklier, ijzer, bloedbeeld, suiker.

Alles in orde.

Goed nieuws, zegt de dokter. Er is niks.

En je loopt buiten met een gevoel waar je zelf van opkijkt. Teleurstelling.

Dat is het rare aan moe zijn terwijl je bloed goed is. Je hoopte eigenlijk dat ze iets zouden vinden. Iets kleins, iets met een naam, iets met een pilletje erbij. Want als er niks is, wat is er dan wel? En waarom voel je je dan zo?

De stille conclusie die erachter komt
Bij veel mensen komt daar stilletjes een conclusie bij. Dat het dus aan hen ligt. Dat ze zich aanstellen. Dat ze dit gewoon zouden moeten kunnen.

En dan vertellen ze het aan niemand meer. Er is toch niks gevonden.

Dat is het moment waarop het stil wordt. Niet omdat er niks is, maar omdat er geen woord meer voor is dat bij de dokter past. Je hebt geen diagnose, dus je hebt geen zin die je kan zeggen op een verjaardag. Je zegt dan maar dat het druk is.

En ondertussen gebeurt er iets dat ik in de praktijk vaak zie. Mensen gaan zichzelf aanklagen voor iets waar ze geen enkele schuld aan hebben. Ze maken van een lichaam dat signalen stuurt een karakterfout. Daar heb ik een apart stuk over geschreven, want die beweging gaat veel verder dan moeheid.

Moe maar bloed is goed: wat de uitslag wel zegt
Een goede uitslag is iets waard. Hij sluit dingen uit die je echt uitgesloten wil hebben, en dat is precies waarvoor je ging. Dat onderzoek was geen verloren tijd.

Maar wat een bloedwaarde eigenlijk zegt, is iets veel beperkters. Dat je organen hun werk doen. Meer niet.

Een bloedwaarde zegt niks over hoeveel je draagt. Niks over hoe lang je dat al doet. Niks over of er nog ergens een plek is waar je kan landen.

Er bestaat geen buisje voor tien jaar op je tanden bijten. Geen waarde voor een huis waar je op eieren loopt. Geen waarde voor een job die je elke ochtend een klein beetje kleiner maakt.

Er is ook geen waarde voor een nee die je al jaren niet meer durft te zeggen. Daar is wel een heel stuk over te schrijven, maar er is geen labo dat het meet.

Je lichaam houdt wel een rekening bij
Dat maakt het niet minder echt. Je lichaam houdt die rekening even goed bij, alleen stuurt het andere signalen. Een lontje dat korter is dan vroeger. Een lijf dat ‘s avonds niet meer zakt. Een hoofd dat pas om twee uur stilvalt.

Dat zijn geen vage dingen. Dat zijn metingen. Ze staan alleen op een andere plek dan in een buisje.

Een zenuwstelsel dat al lang op scherp staat, doet iets met je slaap, je spijsvertering, je spanning, je geduld. Niet omdat er iets kapot is, maar omdat het doet waarvoor het gemaakt is. Het houdt je wakker als het denkt dat er nog iets kan gebeuren. Daarover schreef ik eerder hoe dat precies in je lijf begint en niet in je hoofd.

Want niet alle moeheid is dezelfde moeheid. Er zijn er drie, en ze hebben alle drie een ander antwoord nodig. Welke met slaap en rust weggaat en welke niet, dat is een stuk op zich.

En als je om vier uur wakker ligt met een hoofd dat meteen op volle toeren draait, dan is dat iets anders dan niet kunnen inslapen. Dat is geen hetzelfde probleem, en het vraagt ook iets anders.

Waar dan wel zoeken
Eerst dit, en ik meen het. Als je klachten veranderen, erger worden, of als er nieuwe bijkomen, ga dan terug naar je huisarts. Een goede uitslag van vorige maand zegt niks over volgende maand. Ik ben geen arts en ik ga hier niks uitsluiten wat een arts moet uitsluiten.

Maar als het lichamelijke is nagekeken en er komt niks uit, dan is de volgende vraag niet “wat is er mis met mij”. Dan is de vraag: waar gaat mijn energie heen.

Niet in uren. In spanning. Hoeveel van je dag ben je aan het opletten. Aan het inschatten hoe iemand anders erbij zit. Aan het vooruitdenken zodat er niks misgaat. Dat kost. Het kost alleen niks dat je op een urenstaat kan zetten.

En daarnaast: waar kan je landen. Is er een plek, een persoon, een halfuur, waar je niet hoeft op te letten. Als het antwoord nee is, dan is je moeheid logisch. Dan is ze zelfs correct. Een systeem dat nooit uit staat, loopt leeg.

Dat is ook de reden dat ik lichaamsgericht werk. Niet omdat praten niet helpt, maar omdat je dit soort dingen niet uit je hoofd haalt. Je lijf weet al langer dan je hoofd dat er iets niet klopt. Daar heb ik een stuk over geschreven, en het komt hier precies op neer: je hebt het nooit niet geweten. Je hebt het alleen nooit ergens kunnen neerleggen.

Geen diagnose is geen vrijbrief om te zwijgen
Het gekke aan dit soort moeheid is dat ze geen status heeft. Met een gebroken been krijg je stoelen aangeschoven. Met een goede bloeduitslag en een leeg gevoel krijg je de vraag of je al eens geprobeerd hebt om vroeger te gaan slapen.

Dus zeg je het niet meer. En hoe minder je het zegt, hoe meer het klopt dat je het zelf moet oplossen. Zo wordt een normale reactie op een abnormale belasting iets waar je je voor schaamt.

Daar wil ik duidelijk in zijn. Je moeheid heeft geen papier nodig om te bestaan.

Dat er niks gevonden is, betekent dus niet dat er niks is.

Het betekent meestal dat er op een andere plek gezocht moet worden.

Hoe dat eruitziet in de praktijk
We beginnen niet bij je agenda. We beginnen bij wat er in je lijf gebeurt als je over je week vertelt. Waar het samentrekt. Waar het stilvalt. Welk stuk van jou nog altijd staat op te letten terwijl er niemand kijkt.

Dat is geen zweverig werk. Het is vrij nuchter. Het gaat over leren voelen wanneer je over een grens gaat, in plaats van het drie dagen later aan je slaap te merken.

Ben je aan het twijfelen of dit iets voor jou is, dan staat hier wat therapie eigenlijk inhoudt.

Als therapeut geloof ik rotsvast in wat een mens aankan, en in hoe veerkrachtig en leergierig een zenuwstelsel blijft. Zin om samen te kijken wat er voor jou mogelijk is? Hier boek je een gratis kennismakingsgesprek: https://therapeutjeroen.be/kies-een-moment/?utm_source=blog. En ken je iemand voor wie dit klopt, stuur die link gerust door.

Een reactie achterlaten

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.